Traumaprotocol

Rotatorcuff letsel

Algemeen
De rotator cuff bestaat uit de volgende spieren: M. supraspinatus, M. infraspinatus en M. subscapularis. Zij zorgen voor rotatie van de bovenarm maar vooral ook voor stabilisatie van de humeruskop in het glenoid. De spieren zijn onderhevig aan degeneratie waardoor uiteindelijk scheuren kunnen ontstaan.

In combinatie met de spontane verouderingsprocessen van de cuff kan het herhaaldelijk uitvoeren van steeds dezelfde beweging ook leiden tot rotatorcuff letsel.: zwemmen,volleyballen en tennissen met veel bovenhandse bewegingen, maar ook schilderen of veelvuldig ramen wassen zijn activiteiten die een sterke overbelasting van de pezen kunnen veroorzaken.

Een acute scheur in een van de spieren van de rotatorcuff kan ontstaan door een val. Ook de combinatie met een schouderluxatie komt veel voor. Vaak is er dan tevens sprake van degeneratie.

Bij een acute scheur is er meestal sprake van pijn en krachtsvermindering. Een hematoom of zwelling hoeft niet perse aanwezig te zijn. Bij chronische scheuren is er vaak sprake van langzaam toenemende klachten  Rotatorcuffscheuren kunnen asymptomatisch zijn: hiervan is de incidentie; bij 50 –59 jaar 13%; bij 60 –69 jaar 20%; bij 70 –79 jaar 31% en bij  >80 jaar 51%

Diagnostiek
Echografie, MRI of CT-arthrografie
Behandeling

Kleine scheuren behoeven vaak geen behandeling. Zo nodig NSAID's voor pijnstilling en ontstekingsremming.Met behulp van fysiotherapie kan de functie en de spierkracht verbeterd worden.

Bij grotere scheuren is het advies een rotator cuff scheur te repareren, omdat in principe geen spontane verbetering optreedt en de prognose van en succesvolle operatie op termijn slechter wordt. de operatie wordt meestal gecombineerd met een acromioplastiek.

.

 

 

Triquetrumfractuur

Diagnostiek bijzonderheden: Uitvoering en toelichting:

Bij verdenking op een letsel van de
handwortelbeentjes volstaat een a.p,
een 3/4 en een laterale opname.

Na naviculare de tweede meest
voorkomende fractuur van de carpalia

 

ontstaat door val op de pols in
dorsiflectie en ulnair deviatie.

 

 trquetrum3

triq2

triquetrum1

triq4

Behandeling  
dorsale gipsspalk voor 3 weken  
Nabehandeling   
controle met gipsafname na 3 wk
geen X foto

 

 

Metacarpale I fractuur

A   Bennett-fractuur:

 

Intra-articulair instabiel

Conservatief: 
           Repositie + 
           Bennett’s gips
           1 week spalk + 
           snel oefenen

 


Operatief:
           als conservatief niet lukt
 
 
 
 
 
 
 
 

                                
 

operatief is 2e keus: kans op secundair dislocatie en drukulcus > 60 jaar
Repositie liefst onder narcose én Rö-doorlichting

bennet3

bennet2
K-draad-fixatie óf minischroefje   

B.    Dwarse fractuur basaal in MC I.

Conservatief:
                               1 week spalk
                               Snel actief oefenen erna
C.   T of Y fractuur basaal  MC I.  Rolando-fractuur

Conservatief:
         Als intra-articulaire stand vrijwel 
         anatomisch is: 1 week spalk, 
                                 erna oefenen

 

 

 

 

 

 

 

 




Operatief:

         Bij dislocatie intra-articulair

Behandeling kinderen
II.  A en C. (Salter III of IV)
Altijd operatief, rest + gelijk

Kvinger

-draden
(bijv. fixatie aan MC II) óf minischroefje
 

K-draden

Nabehandeling 

Verhoogde mitella

Controleschema p.k.

7 - 10 dagen

Xft. op indicatie

Handletselkaart

Handletselkaart ontwikkeld door Suzanne Peeters

Metacarpale fractuur II-V

Diagnostiek bijzonderheden:  Uitvoering en toelichting
Meestal MC 5 en 4

Xft.:  VA en ¾

Xft.: Zuiver dwars: extra bij dwarse buigfractuur van MC-5

rotatie beoordelen !
 bij buigen van de metacarpale en IP gewrichten, moeten de toppen van de vingers naar het tuberculum van het os naviculare wijzen.

Meestal voldoende

Betere beoordeling van de mate van dislocatie

Behandeling volwassenen:

conservatief

      35          36       37        38      39        40           41           42
 

1. Snel actief oefenen: 35 en 37

a. 35                   met "Buddytape"
35

én: chip-fractuurtjes t.p.v. MCP-gewr. door (sub-) luxatie


 
 

b. 37

37kopje MC 3,4 en 5 ( V= boxer's fractuur )

Conservatieve behandeling: drukverband 1 wk, oefenen op geleide van de pijn.
 

   Angulatie die mag worden geaccepteerd:
       -    metacarpale II of III: 15°
       -    metacarpale IV:        20°
       -    metacarpale V:         70°

rotatie is niet acceptabel
 

2. Repositie en/ of Spalken, 38,39,40 en 42, 36 en 41 proberen

38-42
 repositie + spalk + 3 wk. met snel oefenen
 
 

  
      38      39        40     42 

 
 
 

Operatief (evt. 36,41,37 en 40 en 39 bij volledige dislocatie), 
                            erna snel oefenen  

 

 

 

 

 

 

 

     36-40
           36     37            40          41 

    • als repositie niet lukt of om ontsierende knobbel te vermeiden
    • Als angulatie op zuivere dwarse Xft. na repositie > 30  blijft
  • bij multipele metacarpale fracturen met instabiliteit
  
  
  
  
  
  
  
 
  
  
 

+ 3 weken erna eventueel bij sport
 
 
 
 
 
 

Repositie en gipsimmobilisatie geeft vaak veel stijfheid.

Waarschuw patiënt dat het functionele resultaat weliswaar meestal zéér goed is, doch dat een knobbel dorsaal in 3e, 4e, of 5e straal zichtbaar kan blijven. 

boxersboxer1
 
 

"Cockup"-spalk: goed aangemodelleer- de volaire spalk met dorsiflexie en lichte ulnaire deviatie in de pols die de metacarpale boog ondersteunt
- dorsiflexie pols + 40 
- MCP + 90  gebogen
- IP + 0  gestrekt.

oa-handspalk
 

Overleg met chirurg 
Meestal is gips erna niet nodig.

 K-draad transfixatie, plaatosteosynthese ofbijv. bij open fracturen: fixateur externe
 
 

vingers2

1 stevige gebogen K-draad of schroef/plaat-osteosynthese

Behandeling kinderen :
Consolidatie duur + 2 weken
Nabehandeling:

1 week verhoogde mitella
Xft.’s maken  ter beoordeling van de consolidatie is zinloos

Controleschema p.k.

Zie bovenstaand schema
Vaak + 1 week poliklinisch

Géén Xft.’s afspreken
Klinische consolidatie beoordelen

 

 

U bevindt zich hier: Home Hand Vingertop letsel extremiteiten